Naar hoofdinhoud

Ik was bang om hulp te vragen

Nikita Jilesen (28) is ervaringsdeskundige in de jeugdzorg en woont in Kerkdriel met haar vriend en twee kinderen (4 en 1,5)

‘Op mijn veertiende ben ik uit huis geplaatst en in de jeugdzorg terechtgekomen. In het verleden heb ik een begeleider gehad die zei: ‘Als jij ooit kinderen krijgt, is de kans groot dat ze ook het huis uit worden geplaatst.’ Toen ik bij mijn oudste kind een traumatische zwangerschap en bevalling had en bijna depressief werd, was ik bang om hulp te vragen. Als ervaringsdeskundige in de jeugdzorg hoor ik vaker van ouders die daar in het verleden ook mee te maken hebben gehad dat ze het moeilijk vinden om hulp te vragen. Ze zijn bang dat hun kinderen worden weggehaald.

Toen ik bijna depressief werd, had ik steeds die woorden in mijn hoofd van die begeleider. Na een aantal maanden heb ik toch hulp gevraagd en uitgelegd waar ik bang voor was. De hulpverleners hebben mij gerustgesteld. Ze zeiden dat ze absoluut niet mijn kind uit huis zouden plaatsen en dat ze dat echt niet zomaar doen. Het was fijn dat ik mijn verhaal kwijt kon. Dat luchtte enorm op. Nadat ik bij een psycholoog terechtkwam, verwees zij mij door naar een opvoedcoach. Sindsdien komt zij thuis langs en kijkt ze met mij mee hoe ik het beste met mijn kinderen kan omgaan. Ik ben blij dat ik die stap heb gezet, omdat het heel helpend is geweest. Voordat we over de kinderen gaan praten, vraagt ze eerst altijd hoe het met mij gaat en wat ik nodig heb.

Ik vind het fijn dat er in gesprekken vaak wordt benadrukt wat er goed gaat en dat er vervolgens wordt gevraagd: waar kunnen we je in ondersteunen? Elke keer dat ik hoor dat er iets goed gaat, voel ik: ik kan dit. Ik ben een zorgzame, goede moeder en het is fijn om daar complimenten over te krijgen. Als iets niet lekker loopt, mag dat er ook zijn.

Vroeger bij ons thuis vroegen hulpverleners altijd: ‘Wat is het probleem binnen het gezin?’ De nadruk lag altijd op het negatieve. Terwijl het ook fijn was geweest als aan mijn ouders was gevraagd: wat vind je fijn aan het spelen met je kind? Als kind had ik dat prettig gevonden, zodat ik ook kon horen dat mijn ouders dingen leuk aan mij vonden. Bovendien helpt het ouders om zichzelf eraan te herinneren: ja, dit vind ik inderdaad leuk om met mijn kind te doen, dat moet ik vaker doen. Zo kunnen ze zelf ook een postiever gevoel krijgen.’

Deel het artikel